![]() |
Doel
Het doel is altijd het terugdringen van een worminfectie tot een aanvaardbaar niveau. Dit
niveau is afhankelijk van de “toestand” van de hond of de kat en de besmettingsdruk vanuit de omgeving.
Het is bijna onmogelijk om hond en kat volledig wormvrij te maken, maar dit is ook niet nodig.
Wormen
Normaal zijn in Nederland maar twee wormsoorten van belang bij hond en kat: de lintworm en de spoelworm.
Lintwormen - en hun gastheer de vlooien - hebben we al uitgebreid besproken.
Spoelwormen hebben geen tussengastheer nodig. Ze worden ook via de melk op pups en kittens overgedragen.
Dit leidt ertoe dat bijna alle honden en katten in meer of mindere mate met spoelwormen besmet zijn.
Als we praten over wormbestrijding hebben we het nu dus over spoelwormpreventie.
Besmetting
Lintwormen verraden zich snel: op de ontlasting van de hond of kat bevinden zich kleine witte stukjes (maden), die als ze opdrogen wat bruiner worden (rijstekorrel).
Spoelwormen zijn veel lastiger te vinden, de eieren zijn microscopisch klein, de larven niet goed zichtbaar en dode volwassen wormen zijn meestal verteerd voordat ze het lichaam
verlaten hebben. Ontlastingonderzoek is een eenvoudige en weinig kostbare methode om wormbesmettingen vast te stellen.
Wormmiddelen
Deze zijn er in zeer veel soorten van diverse fabrikanten, met sterk uiteenlopende prijzen.
Ook de werkzaamheid tegen de verschillende wormsoorten wisselt. De meeste zijn wel werkzaam voor spoelwormen, maar de effectiviteit tegenover lintwormen valt nog wel eens tegen.
Bij de dierenarts en de dierenwinkel zijn diverse wormmiddelen verkrijgbaar. De assistentes zullen u graag adviseren over hun werkzaamheid en waarom u welk middel moet gebruiken.
De meeste middelen zijn in tabletvorm of als pasta verkrijgbaar.
Ontwormen bij hond en kat, deel 2
Ontwormingsschema
Zoals reeds eerder gesteld vormen spoelwormen het grootste probleem. Een ontwormingsschema moet dan ook gericht zijn op spoelwormpreventie. Van alle dieren zijn
drachtige dieren en hun jongen het meest kwetsbaar.
Bij drachtige dieren komen namelijk de bij iedere hond en kat aanwezige ingekapselde larven weer tot ontwikkeling en deze worden op de pups en kittens overgedragen.
Schema:
Volwassen honden en katten
3-4 keer per jaar een routine ontworming tegen spoelwormen.
Bij een lintwormbesmetting met specifieke middelen behandelen en ook de vlooien aanpakken.
Regelmatig van wormmiddel wisselen.
Af en toe (lx per jaar) een mengmonster ontlasting laten controleren op aantal en soort wormen.
Drachtige, loopse of krolse dieren
Tijdens de loopsheid of krolsheid (aan het begin en als ze gedekt moeten worden) ontwormen.
Drachtige dieren tot 3e week van de dracht.
Dezelfde middelen als voor volwassen dieren.
Pups en kittens
op 3, 6 en 9 weken samen met de moeder ontwormen. Daarna iedere 6 weken tot een leeftijd van 9 maanden.
Het is zeker nuttig om van ieder nest op 3 weken een mengmonster ontlasting te laten onderzoeken om een idee te krijgen over de mate van besmetting.
Importdieren
Altijd ontlasting na laten kijken!!
Succes!!