Een eerste vereiste is een goede huisvesting, voeding en verzorging wanneer de dieren in gevangenschap worden gehouden, wat overigens al vele honderden jaren gebeurt. 

Bij de voeding staat voorop dat ze in een goede conditie oud kunnen worden zonder storende voedingsfouten. En ze kunnen oud worden.
Ook het kweken is veel beter mogelijk geworden door een adequate voeding, waardoor ze geen gevaar meer lopen uit te sterven.
Het overgrote deel van problemen die ontstaan bij de papegaaiachtigen ontstaat door voedingsfouten.De belangrijkste misvatting t.a.v de voeding bestaat erin dat aangenomen wordt dat zaadmengsels beschouwd worden als een complete voeding. Het tekort aan vitaminen, mineralen, aminozuren en sporenelementen veroorzaakt de problemen. Ook kan het zijn dat de vogels selectief eten en zo niet alle zaden gebruiken, maar slecht een deel ervan.Ook lopen we grote risico’s met landbouwgif die op de verschillende zaden voorkomen.Wanneer toch zaadmengsels worden gegeven dan zal ook altijd een goed eivoer, groenten (maks 10%) en fruit (maks 5%) gegeven moeten worden (liefst onbespoten groenten en fruit.).
Verder worden de vogels allerlei versnaperingen en extraatjes gegeven.

 Verkeerde voeding:
 Ruistoornissen. 
 
De vogel kan niet goed door de rui komen, de kwaliteit van de veren 
 wordt minder en de rui gaat onevenredig sneller en niet symmetrisch.

Afwijkende veren
met groeistoornissen/armoestrepen en het ontbreken van veerstructuur en glans. Afwijkingen zoals het geel worden van groene veren, bruine/zwarte verkleuringen in groene en blauwe veren. Bij Grijze Roodstaarten zie je een rosé verkleuring in dekveren of pennen en het ontbreken van de paarse kleur aan de buik. De rode staart wordt vaak oranje zoals de rode dekveren van o.a. de geelvleugelara’s. Witte Kaketoes missen de echte witte kleur en zijn smoezelig grauw en dor.

Afwijkende slijmvliezen
 van de ogen, neusholte, luchtpijp, luchtzakken en traanklier/stuitklier. Ze kunnen knijpen met de oogleden, niezen met een droge of juist vochtige neus. Uiteindelijk kortademigheid en zelfs ernstige benauwdheidsklachten.

Afwijkende huid
met een droge schilfering en woekeringen. De normale huidstructuur van de voetzolen verdwijnt.

 Snavelafwijkingen
zoals het doorgroeien van de snavelpunt en het ontstaan vaneen richel in de bovensnavel met afwijkende hoornstructuur. Hierbij moet rekening worden gehouden met een leveraandoening.

Nagelafwijkingen
met doorgroeiende nagels en een afwijkende hoornstructuur. Ook hier weer kan een leveraandoening meespelen

 Nierproblemen
waarbij ze meer drinken en veel dunne ontlasting produceren.

Stofwisselingsstoornissen
met soms een gestoorde hersenfunctie, waarbij evenwichtsstoornissen, toevallen en verkrampingen worden gezien (van de stok vallen).

Darmstoornissen,
diarree en dus een grotere gevoeligheid voor infecties.

 Slechte kweekresultaten.
Geen of te weinig eieren. Onbevruchte of afgestorven eieren. Minder sterke jongen. Stoornissen in de ontwikkeling en sterfte.

 Skeletafwijkingen en rachitis worden gezien bij jonge Grijze Roodstaarten.

Aderverkalking op jonge leeftijd.

 Voedingsfouten veroorzaken uiteindelijk ziekten en infecties omdat hun afweer t.o.v. bacteriën, virussen en schimmels minder worden.
De meeste klachten treden pas op na 5-10 jaar, maar de vogels zijn dan al jaren achteruit gegaan zonder dat de eigenaar dit opviel. Vogels kunnen hun klachten lang verbergen. Dit komt door de natuur, waarbij ze een gemakkelijk prooi zouden worden voor roofdieren als ze verzwakt zijn of zich ziek gedragen.Daarom blijven ze vaak vrolijk en actief.Zieke vogels gaan vaak ook meer eten, vooral bij vermagering! Het is dus geen teken van gezond zijn.Als ze eenmaal achteruitgaan door verzwakking, gaat het daarom ook vaak erg snel.Het is daarom van belang de eerste verschijnselen van een probleem dat zich aankondigt te ondervangen. De kwaliteit, kleur en glans van de bevedering is hierbij een goed hulpmiddel. Ruistoornissen zijn ook een aanduiding dat er iets niet klopt.
 

Hoe vaak eten?
Bij voorkeur 2x daags. Vogels met een krop eten in de natuur ook 2x daags.
Het voerbakje moet tussendoor liefst leeg zijn.
Tussendoor krijgen ze versnaperingen en extraatjes.

Hoeveel eten?
Het beste kun je de daghoeveelheid geven. Dat varieert natuurlijk per vogel en is ook afhankelijk van zijn leefomstandigheden (beweging, omgevingstemperatuur, rui en kweek). Bij meerdere vogels moet je met gescheiden voerbakjes werken.

Hygiëne
Voer en drinkbakjes dienen dagelijks te worden schoongemaakt. Ontsmetten op gezette tijden is van belang. Altijd een pas gewassen doek hiervoor gebruiken

Maagkiezel
Tweemaal per maand is het verstandig enkele scherpe steentjes maagkiezel te geven.

Grit
Wanneer vogels zaden aangeboden krijgen hebben ze grit nodig of sepia om op die manier extra kalk in de vorm van calcium te krijgen.
Onder grit verstaan we oestergrit, dus gemalen schelpen. Gemengd grit kan gemalen bloempotten, houtskool, ed. bevatten, dus dit nooit geven.

Versnaperingen en extra’s
In de natuur eten de papegaaiachtigen van alles. Het zijn zeer intelligente dieren die door versnaperingen en extraatjes te activeren zijn. Het mag echter geen hoofdrol gaan spelen.
Maximaal 15-20% van de voeding mag eruit bestaan.
Bijvoorbeeld:
 groenten zoals peterselie, boerenkool, rode of groene peper