dierenadvies

door Herman Aa
www.dierenadviesonline.nl


Pups
Pups kunnen hun lichaamstemperatuur de eerste weken nog niet goed op peil houden. De eerste week moet de temperatuur in hun directe omgeving +/- 32 graden Celsius zijn. Dit is te controleren door een thermometer tussen de pups te leggen (liefst geen kwikthermometer). Als het in de nestkist niet warm genoeg is kun je met een warmtelamp of een verwarmingsdeken de temperatuur verhogen.
De fraaiste oplossing is een nestkist met gedeeltelijke vloerverwarming; de pups kunnen dan de warmte opzoeken en de teef kan een koeler plekje opzoeken. Maar ook een kruik onder een handdoek is een goede manier om de pups lekker warm te houden.
Een te lage temperatuur heeft als gevolg dat de pups veel energie nodig hebben om warm te blijven, waardoor snel hun energievoorraad aangesproken wordt. Daardoor zullen ze vermageren en tenslotte onderkoeld raken. Je ziet dan dat ze minder of zelfs helemaal niet meer bewegen. Daardoor eten ze minder, waardoor hun toestand al snel achteruit gaat en zullen ze uiteindelijk doodgaan. (Dit komt veel vaker voor dan men in de gaten heeft!).

Bijvoeren
Pups moeten vanaf de geboorte direct in gewicht toenemen.
Gelijk blijven of zelfs gewichtsverlies betekent dat de pups onvoldoende melk opnemen en dit kan al binnen korte tijd dodelijk zijn.
Ook al heeft de teef voldoende melk dan is dat nog geen garantie dat de pups ook voldoende binnen krijgen. Daarom moeten de pups in de eerste levensweek dagelijks gewogen worden.
Bestaat er een vermoeden van ondertemperatuur of te weinig melk dan moeten de pups twee keer per dag gewogen worden. Pups van kleine rassen groeien minimaal 10-20 gram per dag, pups van grote rassen 30-60 gram per dag.
Bij minder of geen groei moet u contact opnemen met uw dierenarts en de pups snel gaan bijvoeren.
Bijvoeren kan gebeuren met een zuigflesje, maar in ernstige gevallen kan het veileiger en makkelijker met een maagsonde. Als voeding moet een hondenmelk vervangend preparaat gebruikt worden. Koemelk, geitenmelk en dergelijke hebben een andere samenstelling en zijn niet geschikt.

Een vuistregel voor de hoeveelheid melk is 150 ml per kg pup per dag, verspdaarom reid over 8 voedingen.
Een pup van 3 ons moet dus 150 x 0.3 = 45 ml per dag hebben, dus 8 voedingen van +/- 6cc. Groeit de pup weer dan kunt u langzaam gaan afbouwen.

Na 9-14 dagen gaan de oogjes open en vanaf 3-4 weken kunt u beginnen met de pups bij te voeren, eerst met wat (brinta)pap, dan puppy-blikvoer of geweekte puppybrokjes.

Ontwormen en inenten
Ontwormen moet enkele malen herhaald worden en kan op 3, 6 en 9 weken leeftijd. Vergeet niet om ook de moeder dan te ontwormen om de kans op herbesmetting te verkleinen.
Eventueel kunnen de pups met 6 weken de eerste keer worden ingeënt met de pupenting, maar die is niet écht nodig. De definitieve vaccinatie wél op 9-10 weken en die moet op 12-14 weken herhaald worden.

Teef
Na de bevalling vloeit de teef nog enige tijd. De uitvloeiing is de eerste dagen vaak groenig, dit is normaal. Later verandert de kleur van chocoladebruin of rood naar rose. Meestal stopt het ongeveer na 10 dagen.
De uitvloeiing mag nooit onfris ruiken of zelfs stinken.

De eerste weken na de bevalling heeft de teef erg veel water en voedsel nodig om voldoende melk voor de pups te kunnen maken. Zorg er daarom voor dat ze altijd over verse brokken en schoon drinkwater kan beschikken. Blikvoeding en vlees zijn minder geschikt omdat ze veel water bevatten, waardoor uw teef wel erg veel moet eten on genoeg energie binnen te krijgen.
De behoefte aan voer kan, zeker bij een groot nest, oplopen tot zo'n 3 tot 4 x de normale hoeveelheid voer als de pups maximaal drinken en groeien (3e - 5e week). Het is beter de hoeveelheid eten voor de moeder te verdelen over meerdere maaltijden per dag omdat ze zich anders kan overeten of de hoeveelheid niet op kan. Als de moeder de porties niet opkrijgt of ze valt toch nog af, kunt u haar een voer geven met een verhoogd energiegehalte om aan de verhoogde behoefte te voldoen. Gaan de pups goed zelf eten, dan de hoeveelheid eten van de moeder verminderen omdat zo anders te dik wordt.

De dierenarts - Wanneer is zijn/haar hulp nu nodig?
- als de pups onvoldoende groeien.
- als er sterfte onder de pups is.
- als de moeder ziek is, abnormale uitvloeiing heeft of onvoldoende 
  aandacht voor de pups heeft (eclampsia puerperalis).
- als de pups ingeënt of ontwormd moeten worden.
- als u vragen of opmerkingen hebt.

Veel succes!!