dierennieuwsonline

< JEUK door brandharen van (Eiken)processierupsen

Veilig op vakantie, kan dat?

Sterfgeval door marburgvirus zeldzaam


Vleermuizen, zoals de in Afrika voorkomende Nijlroezet, kunnen een bron van besmettelijke virussen zijn.

Sterfgeval door marburgvirus zeldzaam

Door viruloog Ab Osterhaus*

Het tragisch overlijden van een vrouw aan een infectie met het marburgvirus, twee weken nadat ze op vakantie in Oeganda een vleermuizengrot had bezocht, veroorzaakte vorige week grote beroering. Dit voorval stond niet helemaal op zichzelf. Ongeveer een halfjaar eerder overleed in Amsterdam een vrouwelijke arts aan een variant van hondsdolheid ofwel rabiës, nadat ze op vakantie in Afrika door een vleermuis in het gezicht was gekrabd. Waren dit zeldzame gevallen veroorzaakt door een ongelukkige samenloop van omstandigheden? Kunnen we wel veilig op vakantie naar Afrika en andere exotische bestemmingen? Hoeveel mensen lopen daarbij levensgevaarlijke infecties op?
Kortom, vele vragen die de afgelopen week zeker niet alleen door verontruste vakantiegangers werden gesteld. Ons reisgedrag is in de laatste jaren sterk veranderd en gezien de aantallen mensen die naar exotische bestemmingen gaan, zijn deze twee sterfgevallen dan ook inderdaad te beschouwen als zeldzame gebeurtenissen veroorzaakt door een ongelukkige samenloop van omstandigheden; de kans om op vakantie door een ander ongeluk te worden getroffen is vele malen groter.
       
Horrorfilms
Deze tragische gevallen kwamen uitgebreid in het nieuws omdat het infecties met meestal dodelijke virussen betrof, die bij velen herinneringen oproepen aan horrorfilms waarin uitbraken veroorzaakt door deze virussen centraal staan. Het toch al kleine risico van besmetting met bovengenoemde virussen in exotische gebieden kan nog verder worden verkleind door contacten met mogelijke besmettingsbronnen te mijden. Vleermuizen en hun uitwerpselen staan wat dat betreft in een kwaad daglicht, omdat verschillende vleermuissoorten naast het rabiësvirus, marburgvirus en ebolavirus, vele andere zeer gevaarlijke virussen bij zich kunnen dragen, zoals hendravirus, nipahvirus en verwanten van het sars-coronavirus.
Verder moeten we ons realiseren dat in de meeste exotische reisgebieden rabiës nog steeds volop voorkomt en dat deze ziekte vooral wordt overgebracht via speeksel, door beten van dieren zoals honden, katten, andere huisdieren en wilde dieren. De lijst van exotische virusinfecties is veel langer en breidt zich nog steeds uit. Afhankelijk van de gebieden die men bezoekt moet men daarom rekening houden met vele virusziekten die door dieren kunnen worden overgebracht.
Zo maakt de recente opmars van het ook voor de mens levensgevaarlijke H5N1 vogelgriepvirus vanuit Azië naar het Midden-Oosten, Afrika en incidenteel ook naar Europa, dat het in bepaalde gebieden verstandig is om plaatsen te mijden waar besmette vogels kunnen voorkomen, zoals vogelmarkten. Vele andere exotische virusziekten zoals knokkelkoorts, gele koorts, Riftvalleikoorts en verschillende vormen van besmettelijke hersenontstekingen worden door stekende insecten of teken overgebracht en hebben als reservoir in het wild levende dieren.

Exotische infecties
En dit alles is nog maar een uiterst onvolledige opsomming van de exotische virusinfecties die men overal ter wereld kan oplopen. Daarnaast zijn er vele exotische bacteriele en parasitaire infecties waaronder bijvoorbeeld malaria. Voor alle exotische infecties geldt dat met een goede voorbereiding en verstandig gedrag op reis, de problemen tot een minimum kunnen worden beperkt. Het belangrijkste advies luidt om voorafgaand aan de reis deskundig advies in te winnen bij bijvoorbeeld een ’travel clinic’ of een GGD.
Behalve de adviezen over noodzakelijke vaccinaties en eventuele malariaprofylaxe kan men hier inlichtingen krijgen over de gevaren van exotische infecties in het betreffende gebied en hoe de risico’s tot een minimum kunnen worden beperkt. Tegen de meeste exotische infecties bestaan geen vaccins en het belangrijkste advies is dan ook het zo veel mogelijk vermijden van risico’s; voorzorgen ten aanzien van voeding, het voorkomen van insectenbeten en contacten met bepaalde dieren zijn veelal belangrijke aanvullingen op de overige noodzakelijke voorbereidingen.
Overigens zijn de risico’s van het oplopen van andere, niet-exotische infecties – zoals maag-darminfecties, geslachtsziekten en aids, om er maar enkele te noemen, en natuurlijk ook weer afhankelijk wat men ter plaatse doet – doorgaans veel groter dan die van het oplopen van ernstige exotische virusinfecties.
      
*Prof. dr. A.D.M.E. Osterhaus is hoogleraar virologie aan de medische faculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam en in die hoedanigheid tevens hoofd van de afdeling Virologie van het Erasmus MC. Verder is hij onder meer directeur van het Nationaal Influenza Centrum (NIC).