dierenvragen

KONIJN KAN OOK AGRESSIEF ZIJN




Wie raakt er niet vertederd door zo’n schattig konijn, knabbelend in een hok of hupsend door de tuin?
Velen van ons zijn gevallen voor de charmes van het konijntje en hebben hem als huisdier in het gezin opgenomen.
Maar Broertje kan heel agressief uit de hoek komen.
Ook al ziet hij er aaibaar uit, hij heeft er een hekel aan telkens te worden opgepakt, en als hij bang wordt, kan hij hard krijsen en bijten.
Dierenarts Herman Aa vertelt er wat meer over en beantwoordt en passant nog wat ’konijnenvragen’.

Het konijn is officieel geen knaagdier, maar behoort tot de orde der Lagomorpha.
Deze zijn gekenmerkt door het bezit van vier snijtanden in de bovenkaak (twee grote en daarachter twee kleine) en twee snijtanden in de onderkaak.

U kunt hem aanschaffen als hij zes tot acht weken oud is. Het dier wordt gemiddeld tussen vijf en tien jaar oud, maar sommige kunnen wel vijftien jaar worden.
Een konijn is ’zindelijk’, wat betekent dat hij meestal, soms pas na enige training, een vaste plek opzoekt om als ’wc’ te gebruiken.
Hij eet de ontlasting van ’s nachts (kleinere en zachtere keutels dan gewone) op. Daarmee verkrijgt hij behalve vitamine B en K ook eiwitten. Deze stoffen worden gevormd in de blinde en dikke darm.

Carin is bezorgd over haar negenjarige konijn Pluisje.
„Tot mijn schrik zag ik toen ik de kooi verschoonde, dat Pluisje bloed plaste. Of dit vaker gebeurt weet ik niet, ik zie dit niet echt terug in zijn hooi, nu zat hij op het zeil.”
Vermoedelijk gaat het om een donkere roodbruine verkleuring van de urine onder invloed van een bepaald hormoon tijdens de bronstige periode.
Het is dus een ’gezonde’ afwijking, maar het verschijnsel wordt vaak aangezien voor een blaasontsteking.

Konijnen zullen onder bepaalde omstandigheden de jongen opeten.
Dit kan gebeuren als er te veel konijnen zijn.
Dus in geval van overbevolking, bijvoorbeeld als ze in een te kleine kooi zitten of als er te veel konijnen in een nest zijn. Ook te veel licht, lawaai of de geur van een naburige ram(melaar) kunnen ertoe leiden dat de jongen worden aangevallen.
Zij worden dan verstoten of verspreid door de voedster.
Daarom raad ik de familie Asmus aan om goed te letten op het konijnenjong dat er, zo schrijft zij, veel kleiner uitziet dan de rest, kouder aanvoelt en een klein wondje op zijn kop heeft.
U moet in de gaten houden of het kleintje niet wordt gebeten.
De andere konijnen voelen instinctief aan of er wat mis is met de nakomelingen.
U moet ook waken voor grote temperatuurschommelingen en het jong door de dierenarts laten bekijken.
Een ziek dier kan in elkaar gedoken zitten, rillen, lusteloos zijn, niet eten, een dorre vacht hebben met uit elkaar staande haren.
Als u dat opmerkt, geef het dier dan extra warmte door middel van een lamp bij de kooi; laat hem met rust (niet oppakken of onnodig storen); geef hem met een pipetje vocht, het liefst hooisoep (fijngemaakt hooi in een schoteltje water laten weken), als hij uit zichzelf niet drinkt en/of eet; en controleer dan zijn tanden en vooral de kiezen.
Als er haken aan zitten, moet de dierenarts deze verwijderen, anders is het eten te pijnlijk voor het konijn.
Dan gaat het lekkerste hapje (geraspte wortel of vers hooi) er nog niet in.
Bij diarree beslist geen groenvoer geven!
Wel hooisoep.
Als de diarree aanhoudt of het konijn ernstig ziek is, direct naar de dierenarts.
Meestal is er sprake van een dysbacteriose, coccidiose of VHS als het konijn niet is gevaccineerd.
HUISVESTING
Houten hok: Glad hout of hout met metaal afgezet; het hout niet verven, maar alleen aan de buitenkant carbolineum erop strijken en bij een buitenhok zorgen voor een waterdichte bovenzijde en een luifel tegen het inregenen. Er moet een ruif in om verspilling en vervuiling van het voedsel te voorkomen. Voor een optimale huisvesting van het konijn binnenshuis zijn uitstekende kooien bij de dierenspeciaalzaken verkrijgbaar. Kooien met een dichte plastic bovenkant zijn af te raden. Ze zijn laag en benauwd en het konijn heeft geen contact met de buitenwereld.
Bodembedekking: Stro op een houtvezellaag, nestmateriaal van papier, hooi of stro. Liever geen zand of zaagsel.
Schoonmaken van de kooi: Eenmaal per week, het ontlastingshoekje dagelijks. Elke twee maanden het gehele hok goed reinigen met heet sodawater en goed laten drogen. Urine-aanslag met azijn verwijderen. Desinfecteren met bijvoorbeeld 3% creoline of 1% halamidoplossing als een dier ziek is geweest en/ of is doodgegaan. Dan ook alle strooisel wegdoen. Heeft het dier VHS gehad, dan de kooi een half jaar niet gebruiken!

Omgeving: Bescherm ze tegen tocht, vocht en felle zon. Temperatuur tussen 6 en 29 graden Celsius. Laat ze zeker niet in een vochtige omgeving! Konijnen buiten in een ren laten lopen kan, maar zorg dan dat ze niet kunnen weglopen, dat ze zich geen uitweg kunnen graven (gazen bodem in de ren) en bescherm ze tegen roofdieren zoals katten, uilen en wezels.

EEN GEZOND KONIJN
• is gevaccineerd tegen VHS en myxomatose;
• is actief, levendig, heeft belangstelling voor de omgeving, waarbij de neusvleugels voortdurend bewegen;
• heeft schone, heldere, open ogen en een schone neus en bek;
• heeft schone oren;
• heeft nagels en tanden van normale lengte en stand, dus de tenen worden niet opgeduwd door de lengte van de nagels;

• heeft een gladde, aaneengesloten en glanzende vacht zonder parasieten, wonden of kale plekken;
• heeft een ronde, niet te dikke buik en een schone anaalstreek;
• beweegt zich op normale wijze voort.

NIET DOEN!
• Konijn aan de oren of het nekvel optillen;
• Konijn in de kooi van of vlakbij cavia’s zetten omdat ze elkaar nogal eens verwonden en dan infecties kunnen oplopen;
• Tamme konijnen contact laten hebben met wilde soortgenoten;
• Konijn zonder toezicht los in de kamer laten lopen (hij knaagt graag aan kabels etc.);
• Konijn wassen, tenzij door de dierenarts voorgeschreven;
• Konijn zoetigheid geven (ze lusten het wel!);
• Konijn gras van wegbermen geven waar honden worden uitgelaten (overbrengen van parasieten);
• Konijn overmatig veel knuffelen of mee in bed nemen; laat het dier in zijn waarde.

VERZORGING
• Controleer de vacht regelmatig op ongedierte, wonden en kale plekken;
• Kijk regelmatig even in de oren of er geen korsten inzitten (oormijt);
• Zorg dat de nagels en de tanden niet te lang kunnen worden. Knip de nagels of laat ze door de dierenarts knippen;
• Borstel konijnen die te veel haar verliezen dagelijks met een zachte borstel;
• Houd de ontlasting in de gaten (diarree);
• Was de handen na ieder contact met het konijn of zijn omgeving (strooisel) en leer dit ook uw andere huisgenoten.


Meer tips op www.konijnen.nl of www.dierenadviesonline.nl

Herman Aa dierenarts




Terug naar overzicht dierenvragen